Meer burn-out door corona: Welke symptomen mag je niet negeren en wanneer grijp je in? | Better Minds Coaching

Schrijnend nieuws in Nederland: daar loopt 56 procent van de werknemers risico op een burn-out, vorig jaar wasdat nog 17 procent. De oorzaak spreekt voor zich, zeggen experts: corona. Waarom je het als werknemer nu extra zwaar kan hebben, welke symptomen je niet mag negeren en hoe je kan ingrijpen als het te ver gaat: burn-out coach Katrien Van Ostaede licht toe.

Het zijn de resultaten van een onderzoek van het Nederlandse Nationaal Centrum Preventie Stress en Burn-Out (NCPSB): meer dan de helft van de 427 ondervraagde werknemers zou binnen nul en zes maanden met een burn-out te maken kunnen krijgen. Dat is meer dan dubbel zoveel dan in 2019. “We zien door de coronacrisis derisicogroep ontzettend stijgen”, zegt Theo Immers, voorzitter van de NCPSB, aan AD.nl. “Zoʼn 80 procent van de overspannen mensen ziet een burn-out trouwens niet aankomen.” Doen we niets, dan vreest Immers dat diewerknemers het komende half jaar zullen uitvallen. Maar: “Als je mensen preventief helpt, kan het snel terugveren.”

Ook hier in België lijden werknemers onder de coronacrisis, merkt Katrien Van Ostaede, stress- en burn-out coach bij Better Minds Coaching. Ze begeleidt al drie jaar cliënten en bedrijven bij de energiestoornis en zet zich schrap voor een grote golf van nieuwe hulpkreten. “Corona neemt onze controle, onze drijfveren en onze ontspanning weg. Dan hoeft het niet te verbazen dat mensen op den duur tegen zichzelf aan lopen.”

De kost van corona

Waarom corona ons kwetsbaarder maakt voor een burn-out, kent meerdere verklaringen. Sommige spelen zich af op de (virtuele)werkvloer, andere in je privéleven. “Buiten het werk kan je nu minder je batterijen opladen”, zegt Van Ostaede. “Je kan niet meer naar een concert of theaterstuk, je kan niet op vakantie, je ziet je vrienden of familie minder. En als je dan toch iets leuks doet, wordt dat aan allerlei regels onderworpen, van mondmasker tot social distancing.” Zorgeloos je gedachten verzetten zit er dan niet echt in.

Een verlies van controle is een andere factor. “Corona bepaalt ons leven nu”, zegt Van Ostaede. En dat voelt voor veel mensen erg lastig, zeker wanneer dat ook in hun werkleven doorsijpelt. “Ik heb het zelf niet meer in handen”, zeggen veel cliënten me. Als ze kinderen hebben, komt het feit dat ze ook de rol van leerkracht moeten opnemen, er nog bovenop. Die combinatie vraagt zoʼn gigantische spreidstand van je brein en dat is enorm stresserend en uitputtend. Plus, thuiswerken met kinderen is een uitdaging voor je focus. Na elke korte afleiding duurt het ongeveer vijfentwintig minuten voor je weer met dezelfde concentratie kan verder werken.”

Misschien haal je energie uit brainstorms met collegaʼs of de autorit naar een klant. Nu zit je de hele dag thuis achter een scherm en mis je al die prikkels.

Nog een manier waarop corona ons werkleven pittiger maakt? Onze drijfveren vallen weg. Misschien ben je iemand die energie haalt uit sparren met een collega, een brainstorm of een nieuwe omgeving. Misschien laad he op tijdens een bezoek aan een klant of de babbels aan de lunchtafel. “Nu zit je de hele dag in hetzelfde huis achter hetzelfde scherm. De grens tussen je werkdag en privéleven vervaagt ook”, zegt Van Ostaede. En ze benadrukt het gemis aan erkenning. “Veel mensen halen energie uit een compliment van de baas of de klant. Maar dat is niet iets dat je snel op mail zet.” Resultaat: minder motivatie, minder energie.

Het helpt ook niet dat er herstructureringen en faillissementen zitten aan te komen of nu al plaatsvinden, vult Van Ostaede aan.. “Sommige werknemers zien hun bedrijf worstelen en zitten met de angst om ontslagen te worden. Of ze vrezen dat hun team kleiner wordt en de workload daardoor zal toenemen. Die voelbare dreiging kan je net zo goed leegzuigen en je job verliezen voelt dan weer als een stukje van je identiteit verliezen.”

En dat je thuis zit, is op nog een andere manier nefast. Het is voor je collegaʼs of manager moeilijker om te merken dat je ergens mee worstelt”, zegt Van Ostaede. Op kantoor is dat sneller zichtbaar, in een videocall of chatbox niet.  Terwijl collegaʼs belangrijke bewakers zijn van je gezondheid en de eersten zijn om vast te stelen dat je er doorheen zit. Door gebrek aan dat vangnet, kan je (te) lang met klachten blijven rondlopen.

Gedwarsboomd door je lijf en karakter

Een deel van het probleem is dat je een burn-out vaak bij jezelf niet ziet aankomen, haalt de NCPSB aan. En dat bevestigt ook Van Ostaede. “Mensen die tegen een burn-out aanlopen, zijn van nature flexibel, kijken niet op hun klok, klagen niet en geven niet graag toe dat ze het moeilijk hebben. Wanneer ze de burn-out dan eindelijk onder ogen durven zien, zitten ze vaak al veel te ver.

Als je in hoge mate aan stress lijdt, maakt je lichaam adrenaline aan. Dat hormoon kan lange tijd je symptomen maskeren.

En daarbovenop dwarsboomt je lijf je ook. Als je een lange tijd in hoge mate aan stress lijdt en jezelf blijftpushen, maakt je lichaam, onder andere, meer adrenaline aan. Met dat hormoon maskeert het pijn en andereongemakken, en dus ook je burn-outsymptomen. “Hoe vaak gebeurt het niet dat een werknemer zich te pletterwerkt en alles goed gaat, tot hij vakantie neemt, de adrenaline wegvalt en hij opeens ziek in bed ligt. Met stressen burn-out gaat het net zo.”

De symptomen op een rijtje

Des te belangrijker dus dat je weet waar je voor moet uitkijken, wil je een burn-out op tijd opsporen. Je lichaam geeft je immers wel degelijk signalen. “In een eerste fase zullen je grenzen beginnen te vervagen”,zegt Van Ostaede. “Je gaat langer en harder werken en neemt minder of geen tijd voor ontspanning. Als jejezelf blijft pushen, kom je daarna in de tweede fase terecht, een fase van overspanning. Wie dan niet ingrijpt,belandt na een zestal maanden in de derde fase, de echte burn-out.” Ze lijst enkele mogelijke symptomen op.

Fase 2, overspanning

  • “Je voelt meer vermoeidheid en lijkt constant onder hoogspanning te staan. Je slaagt er moeilijk in om nog tot rust te komen en los telaten, voelt je opgejaagd en wordt rustelozer en chaotischer. Je gaat bijvoorbeeld vaker je sleutels of gsm verliezen en irriteert jezelf zo. ‘Dat is niks voor mijʼ, denk je dan.
  • Je bent emotioneler. Sneller beginnen huilen of geïrriteerd zijn, zijn typische symptomen.”
  • Je voelt je geleidelijk aan minder zeker van jezelf. Je gaat meer piekeren en denkt in doemgedachten of veronderstellingen in plaats van constructief of oplossingsgericht. Je kan niet meer feitelijk of objectief denken, want je emotionele brein neemt het over van je rationele.”

Fase 3, de echte burn-out

  • “Je voelt je niet meer vermoeid, maar regelrecht uitgeput. Je gaat ʼs nachts immers ook liggen piekeren en daar lijdt je slaap onder. In de ergste vorm van burn-out raak je letterlijk je bed niet meer uit ʼs ochtends. Dan kan je Amoer nog op je benen staan.”
  • “Je bent niet gewoon chaotisch, je slaagt er ook niet meer in om je te focus bewaren of je te concentreren. In de ergste vorm van burn-out kan je black-outs krijgen. Dan sta je bijvoorbeeld in de supermarkt en weet je opeens niet meer waar je bent, hoe je buiten raakt of hoe je de weg naar huis terugvindt.”
  • “Door het gebrek aan focus maak je meer fouten, neemt je faalangst en gepieker toe en brokkelt je zelfvertrouwen nog harder af. Je wordt apathischer: je gaat meer afstand nemen van de zaken, je emotioneel afschermen, cynischer worden.

Het is een waslijst aan gedragsmatige symptomen, die behoorlijk universeel zijn. Daarnaast waarschuwt je lichaam je ook met fysieke signalen, maar die zijn bij iedereen anders, zegt Van Ostaede. “Sommig mensen hebben last van hoofdpijn, aderen van maag- en darmklachten. Nog anderen voeleneen druk op de borstkas van hun allergieën. Het stresshormoon heeft in elk lichaam andere bijwerkingen.”

Hoe grijp je in?

Klinken de symptomen herkenbaar? Laat het dan vooral niet te ver komen en breng structurele veranderingen aan. In je werk én in je privéleven. “Ik bekijk met mijn cliënten niet alleen waar hun stressbronnen liggen, maar ook hoe ze met hun vrije tijd omgaan en hoe hun voedings- en slaappatroon eruitziet. Dat kunnen evengoed belangrijke pijnpunten zijn”, zegt  Van Ostaede. “We werken ook op gedragsveranderingen en op omgaan met negatieve gedachten. En we toetsen af of je werkleven bij je talenten en energiebronnen past.”

Om te kunnen ingrijpen, moet je iemand zijn die van nature goed grenzen kan stellen. Maar dat is juist waar het schoentje knelt bij iemand met een burn-out.

Het is enorm moeilijk om een burn-out op je eentje te bestrijden, waarschuwt Van Ostaede. “Je moet daarvoor iemand zijn die goed grenzen kan stellen. Maar dat is juist waar het schoentje knelt bij iemand met een burn-out. Vaak kan je van nature geen afstand nemen of voel je je schuldig wanneer je dat doet.”

Beter is dus om op tijd naar de dokter te gaan. Van Ostaede begrijpt dat dat radicaal kan aanvoelen, maar zebenadrukt dat een arts je niet noodzakelijk meteen een maand thuis schrijft. “Onderschat niet hoe goed je ingesprek kan gaan met je arts. Je kan gerust signaleren dat je aan het werk wil blijven en samen naar andere oplossingen zoeken, afhankelijk van de fase waarin je zit. Hij kan je monitoren gedurende een periode of je doorverwijzen naar een coach die kan begeleiden. Die coach kan je helpen om grenzen te stellen of in gesprek tegaan met je baas.” Van Ostaede benadrukt om een bezoek aan de arts niet over te slaan. “Alleen hij kan dediagnose van een burn-out stellen. Een coach of een werkgever niet.”

Een goede baas heeft in principe al opgemerkt dat je het moeilijk hebt. Maar zelfs dan is het vaak niet evident om er met hem ingesprek over te gaan.

Op het werk kan je met je HR-persoon in gesprek gaan, of de vertrouwenspersoon of preventieadviseur. Er met je baas over praten isvaak niet evident, begrijpt Van Ostaede. “Een goede baas heeft in principe al opgemerkt dat je het moeilijk hebt. Maar daar moeten werealistisch in zijn. Wil je toch in gesprek gaan, dan kan je het eerst over een puur werkgerelateerde boeg gooien. Bespreek jetakenpakket en haal aan dat je het niet meer onder controle hebt. Een goede manager zal je signaal correct oppikken en doorvragen. Als je open bent, kan je je baas wel een inkijk geven in hoe je je voelt en waar je tegenaan loopt. Zie het zo: als je baas daardoor op tijd kaningrijpen, bespaart dat zowel hem als jou veel stress en energieverlies.”

Van Ostaede wil managers daarom aansporen om regelmatig poolshoogte te nemen bij hun team, ook in deze virtuele tijden. “Het mag niet alleen over targets of KPIʼs (kritieke prestatie-indicatoren, red.) gaan. Vraag je werknemers hoe het met ze gaat en of ze ergens tegenaan lopen. Vertel hen waar jij zelf mee worstelt, zo spoor je ze aan om ook open te zijn. “Een preventieve workshop of training kan wonderen doen, net als een goede begeleiding door experten ter zake. Als iedereen van het team zo de gevaren en symptomen kent, kan het team bij elkaar ingrijpen wanneer het te erg dreigt te worden.

Katrien Van Ostaede, Burn-out & loopbaancoach bij Better Minds Coaching

Wil jij een gratis gesprek om over dit thema te sparren? Contacteer ons hier. 

Bron: NINA – HLN

X
X