Je bent niet wat je doet, maar waarom je het doet | Better Minds Coaching

Jobmobiliteit is de toekomst, en dat is geen slechte zaak, vindt Marie Loop. Het gaat niet om wat je kunt, maar om wat je kunt leren.

“Wat doe je voor de kost?” Het is de standaardvraag die het ijs mag breken wanneer je je – glaasje cava in de hand – doorheen een avond vol onbekenden probeert te worstelen. Op het eerste gezicht geen rare vraag, maar bij nader inzien dan toch weer wel. Want is het eigenlijk niet vreemd dat we onmiddellijk focussen op de job wanneer we iemand snel willen leren kennen? Als het gaat over identiteit, zijn er dan geen andere gespreksonderwerpen die meer voor de hand liggen? Zoals: waar je warm voor loopt of wat je grootste valkuil is? Wat je energie geeft, welke boeken je leest, wie jou inspireert? Toegegeven, het antwoord op deze vragen kan naar je werk leiden. Maar het feit dat een vierdaagse werkweek en het recht op deconnectie pasmunt worden in eenarbeidsdeal, doet vermoeden dat er toch andere dingen zijn die ons meer passioneren dan werk.

Waarom uw vierdagenweek nog niet voor morgen is

De “wat doe je voor de kost?”- focus zegt veel over hoe er in onze samenleving naar werk wordt gekeken, te weten: met ontzag. Studies tonen aan dat het langer kan duren om te herstellen van het verlies van een significante job, dan van het verlies van een goede vriend. Daarnaast is het samenvallen met de job ook een bijproduct van de eerder starre loopbanen die tot voor kort de norm waren. Amper een generatie geleden was het eervol, en dus gebruikelijk, om vasthoudend te zijn en liefst levenslang loyaal aan je werkgever. Is het in die context verwonderlijk dat iemand die zijn hele leven min of meer hetzelfde doet bij min of meer dezelfde baas, zich hier op den duur mee gaat identificeren?

Lucht verhandelen

Dat hier wel eens sneller verandering in zou kunnen komen dan gedacht, leerde ik van de Amerikaanse Future of Work-goeroe Heather Mc Gowan. Mc Gowan wijst erop dat wie vandaag zijn carrière aanvat, gemiddeld 17 verschillende jobs zal gaan uitoefenen in op zijn minst 5 verschillende jobdomeinen. Dat komt vooral doordat het zwaartepunt van de economie de voorbije vijftig jaar is verschoven van het verhandelen van tastbare, fysieke grondstoffen naar… lucht. Wie het vandaag goed wil doen op de beurs, moet zich bezig houden met technologie, of liever nog met het versjacheren van data. En het spreekt voor zich dat het implementeren van veranderingen in een steenkoolcentrale of staalfabriek een logger proces is dan het creëren van een nieuw hebbedingetje voor je smartphone. Hoe ijler het eindproduct, hoe grilliger de jobs die hieraan verbonden zijn.

Als onze job niet langer vast is; kunnen we er onze identiteit niet meer aan ontlenen. We zullen dan een ander kompas moeten vinden om op koers te blijven.

Als burn-outexpert vind ik die op handen zijnde variatie in jobs vooral een hoopvol perspectief. Verandering van spijs doet eten, en op werkvlak is dat niet anders. Weinig mensen worden gelukkig van een gezapig leven binnen de comfortzone, waar niet te missen financiële voordelen elke vorm van spontaneïteit en groei de kop indrukken. Wie dat alvast goed begrepen heeft zijn de Gen Z’ers. In een recente Amerikaanse studie gaf maar liefst 65% van de aanstormende generatie aan dit jaar nog van job te willen veranderen. Deze extreme golf van jobmobiliteit – in Amerika aangeduid als The Great Resignation – is door de coronacrisis alleen nog maar kracht bijgezet. Anderhalf jaar thuiswerken heeft ervoor gezorgd dat mensen – niet alleen in Amerika – ook figuurlijk meer afstand hebben genomen van hun job. Een bezinningsperiode die niet altijd uitvalt in het voordeel van de baas, wanneer medewerkers ervaren hoe mooi het leven is zonder filetijd of hoeveel efficiënter ze kunnen werken in de eigen bubbel.

Volatiele wereld

Een exploderende jobmobiliteit in een steeds sneller veranderende professionele wereld: dat kan natuurlijk niet anders dan vonken geven. Het belangrijkste gevolg van deze trend is dat we vanaf nu nooit meer uitgeleerd zullen zijn. De tijd waarin je rond je twintigste een diploma haalde en daar vervolgens je verdere leven op kon teren, is voorgoed voorbij. Goede punten dus voor onze regering, die deze week aangaf ‘levenslang leren’ te willen stimuleren via de invoering van een individueel opleidingsrecht. Intussen timmert ook Europa naarstig aan een ambitieus plan waarin ‘leren’ de drijver wordt voor economische groei in plaats van omgekeerd. Zo zullen de zogenaamde microlearnings – bouwblokjes waarmee je je diploma tijdens je loopbaan aanvult – tegen 2025 in een officiëel jasje worden gehesen, zodat bijscholingen ook internationaal allure krijgen. Binnen afzienbare tijd zal het tijdens jobinterviews niet langer gaan over wat je kan, maar over wat je kan leren. ‘The illiterate of the 21st Century will not be those who cannot read or write, but those who cannot learn, unlearn and relearn.’ Het zijn niet mijn woorden, maar die van futuroloog Alvin Toffler, auteur van Future Shock. Meteen ook een wake-up call voor het onderwijs, dat alleen al door het gebruik van het woord ‘eindtermen’ verraadt dat het die groeimindset vandaag nog niet echt heeft omarmd.

Collectieve identiteitscrisis

Voor we echter aan het interessante deel van die ontwikkelingen komen, moeten we met zijn allen eerst nog door een identiteitscrisis. Want als onze job niet langer een vast gegeven is, kunnen we er niet langer onze persoonlijke identiteit aan ontlenen. Als het niet meer onze baas is die ons carrièrepad uitstippelt – en de keuzemogelijkheden straks oneindig zijn – zullen we een ander kompas moeten vinden om op koers te blijven. Dat kompas is zingeving. In de toekomst van werk zullen we bewuster gaan kiezen waarvoor we ’s ochtends ons bed uitkomen. We zullen meer aandacht hebben voor de cultuur van een bedrijf waarin we onze energie investeren, en voor de manier waarop het in deze volatiele wereld waarde probeert te creëren. Op recepties met onbekenden wordt de vraag “wat doe je voor de job?” dan vervangen door “waarom doe je wat je doet?” Wat mij betreft een gespreksonderwerp dat gerust een tweede en zelfs derde glaasje cava kan verdragen. Bring it on.

Artikel geschreven door Marie Loop, loopbaancoach & auteur van het boek Generatie Groei.

Bron: De Standaard.

X
X